Sinds 1 januari 2004 geldt de bijleenregeling. De bijleenregeling geldt voor iedereen die na deze datum zijn woning verkoopt en een nieuwe woning koopt. Volgens deze regeling moet u de overwaarde die vrijkomt bij de verkoop van uw woning weer investeren in uw nieuwe koopwoning. Doet u dit niet dan mag u voor het bedrag van uw hypotheeklening ter hoogte van de overwaarde de hypotheekrente niet aftrekken. Het deel van deze lening verhuist bij uw aangifte van Box 1 naar Box 3.
De bijleenregeling is veranderd per 1 januari 2010: de goedkoperwonenregeling vervalt. De volledige overwaarde uit de verkoop van de eigen woning moet gebruikt worden voor de aankoop van de nieuwe woning. Tot 1 januari 2010 kon u een deel van de overwaarde gebruiken voor consumptieve uitgaven (als u goedkoper ging wonen), zonder dat dit ten koste ging van de hypotheekrenteaftrek.
Bijlenen bij uw huidige hypotheeklening
De bijleenregeling bepaalt wat u maximaal mag bijlenen bovenop uw bestaande eigenwoninglening. Dit maximum is het verschil tussen de aankoopprijs (inclusief de aankoopkosten) van de nieuwe woning en de verkoopprijs (verminderd met de verkoopkosten) van de bestaande woning.
Voor wie geldt de bijleenregeling?
De bijleenregeling geldt niet voor mensen die hun eerste huis kopen, maar alleen wanneer u al een koophuis had. Houdt rekening met de bijleenregeling wanneer u een eigen woning verkoopt en binnen drie jaar opnieuw een woning koopt.
Lees verder over: Ga naar het overzicht ‘Verhuizen en de bijleenregeling’.